GESCHREVEN DOOR

Kaweh Modiri (NL)
VERTAALD DOOR

Brendan Monaghan (GB)
Epiloog
30 November 2012
Afgelopen weekend, toen ik in Parijs was voor een optreden van de belangrijkste hedendaagse artiest uit Iran; Mohsen Namjoo, vertelde ik mijn Franse vrienden over het Crossing Border festival, en over de schrijvers en vertalers die ik tijdens dit festival had leren kennen. Natuurlijk zijn deze bijzondere persoonlijkheden, afkomstig uit China, Egypte en Tsjechië, in de eerste plaats individuen en geen vertegenwoordigers van hun land. Toch geven deze ontmoetingen ook op een hele persoonlijke en tastbare wijze inzicht in een cultuur. Het politieke bewustzijn van de Egyptische deelnemers Wiam en Ahmed was wat dat betreft typerend voor een generatie dat volop bezig is een land te herbouwen; een land dat zich sinds de revolutie op het Tahrir plein in een precaire situatie bevindt dat veel gelijkenissen vertoont met Iran na de revolutie van 1979. De dreiging dat de revolutie wordt gekaapt, en dat de schreeuw om vooruitgang ongehoord blijft, is alom aanwezig. Het is in dat opzicht buitengewoon bemoedigend om te zien en horen hoe vurig gearticuleerd Wiam betrokken is met hetgeen zich om haar heen afspeelt. Zij weet dat de Egyptische revolutie niet is gewonnen, maar pas net is begonnen. Zij ziet zich, in tegenstelling tot de meeste van onze Westerse generatiegenoten, niet als onderwerp of slachtoffer van verandering, maar als de aanstichter ervan. Zij kent de verantwoordelijkheden die daarbij komen kijken, en is zich bewust van de duurzaamheid van deze strijd. Zoals gezegd; Wiam en Ahmed zijn in de eerste plaats twee uitzonderlijke individuen en geen vertegenwoordigers van Egypte, toch is het in dit geval een geruststellende gedachte dat zij niet alleen staan, maar deel uitmaken van een generatie dat de handschoenen heeft opgepakt, en bezig is een eeuwenoude beschaving bij te schaven, en vorm te geven richting de toekomst. En dan was er Yan Ge, de Chinese ster schrijfster van zeventwintig jaar die al tien boeken op haar naam heeft staan. Zij vertelde me dat ze in China een teruggetrokken bestaan leidt op de 62ste verdieping van een appartement in Chengdu; een miljoenenstad in de provincie Sichuan. Sindsdien kijk ik elke dag naar foto’s van deze futuristische stad, en stel me voor hoe het is om vanaf de 62ste verdieping uit te kijken over deze immense groeistad, en vanaf die plek de wereldorde sluimerend te zien veranderen. Mijn vrienden raakten geïnteresseerd, en vroegen me wat ik nog meer had gedaan gedurende het festival. Ik legde uit dat ik columns schreef die werden vertaald naar het Engels, en dat ik voor die columns mijn vertaler, Brendan Monaghan, had uitgeroepen tot mijn hoofdpersoon. Dit leidde tot gelach, want mijn Franse vrienden hebben ook mijn film Mijn inbreker en ik gezien, en kennen mijn onorthodoxe benadering van de literaire hoofdpersoon. Ik legde uit dat het uiteindelijk allemaal niet zo heel grappig was, omdat mijn vertaler de humor van mijn aanpak niet bepaald kon waarderen. Hij voelde zich onder druk gezet, en ontweek mij vanaf dag één. Dit leidde tot een nog harder gelach bij mijn Franse vrienden. Ze vonden het fantastisch dat ik mijn arme vertaler angst had aangejaagd. Wederom maakte ik bezwaar tegen de vrolijkheid, want het feit dat ik geen persoonlijk contact had met mijn vertaler was niet grappig. Terwijl de andere schrijvers en vertalers elke avond gezamenlijk de columns bespraken, en uren lang met elkaar aan de telefoon hingen om de juistheid van elk woord te betwisten, belde mijn vertaler mij niet één keer gedurende de festival dagen. ‘Eigen schuld dikke bult,’ zei één van de Franse meisjes. ‘Waarom ga je ook niet op zoek naar een gewillige hoofdpersoon? Iemand die het leuk vindt om door jou achtervolgt te worden. Waarom moet het altijd iemand zijn die eigenlijk niet wil?’ Over die vraag denk ik een tijdje na, maar eigenlijk weet ik het antwoord al lang: ik houd niet van gewillige hoofdpersonen.

























.png&w=256&q=75)











