GESCHREVEN DOOR

Kaweh Modiri (NL)
VERTAALD DOOR

Brendan Monaghan (GB)
Column 4
18 November 2012
Na het optreden van Lisa Hannigan in de Koninklijke Schouwburg had Monaghan enige tijd te doden tot het volgende optreden. Buiten regende het, en omdat hij niet rookte en geen paraplu bij zich droeg, was er geen enkele rechtvaardiging om als een of andere dakloze voor de ingang van de stadschouwburg te blijven staan. Hij sloeg linksaf een straatje in en ging op zoek naar een café. Hij moest iets sterks hebben, iets dat zijn innerlijke waakvlam zou aanwakkeren. “Whisky makes me the man I actually am,” zei hij tegen zichzelf.
Hij stapte de eerste de beste kroeg in die hij op zijn pad kwam. Toen hij zijn hoofd oprichtte om naar de bar te zoeken zag hij in de menigte een gezicht dat hem heel bekend voorkwam. De man had een biertje in zijn hand en was gekleed in een simpele overhemd die losjes over zijn spijkerbroek hing. Hij kreeg Monaghan nu ook in de gaten, en ook op zijn gezicht verscheen direct een uitdrukking van herkenning. Monaghan begon te zweten. Er waren maar een paar mensen in deze stad die hem kenden, en geen van hen wilde hij tegenkomen. Ze hadden hem allemaal al lang veroordeeld, zonder dat hij ooit de mogelijkheid had gekregen zich te verweren. Waar hij de nacht tevoren nog was gered door zijn tijdelijke verlamming, was er nu geen ontsnapping meer mogelijk. De man had hem herkend, daar was geen twijfel over mogelijk. Hij kon het voelen aan de minachtende blik waarmee hij hem bekeek. Het zou niet lang duren voor een beschuldigende vinger hem tegen de muur zou drukken. De hoon, en de aantijgingen zouden van alle kanten klinken. Hij zou geen kans krijgen zich te verdedigen, en de nuances aan te brengen in de zaak. Hij zou worden afgevoerd, misschien wel het land worden uitgezet.
De man stapte op Monaghan af. ‘Dit is een besloten feestje,’ zei hij verontschuldigend, en liep weg. Nu pas drong het tot Monaghan door dat de man die hem had aangesproken Wouter Bos was, de voormalige vicepremier van Nederland. Daar kende hij hem van! Opgelucht en blij keerde Monaghan zich om en liep de regenachtige avond in. Hij had de tijd met succes gedood, en dat was een heugelijk feit. Hij liep terug naar het schouwburg en liep de vele trappen op naar de Paradise stage. Luisterde naar een Tsjechische voordracht met Nederlandse ondertiteling, en vervolgens naar een Nederlandse voordracht zonder ondertiteling. De woorden cirkelden om hem heen. Hij probeerde ze niet te grijpen, niet te vatten, deed niets om ze te vangen. Hij sloot zijn ogen, en gaf zich over aan alles dat hij niet begreep.
























.png&w=256&q=75)











