GESCHREVEN DOOR

Hassan Bahara (NL)
VERTAALD DOOR

Rhian Heppleston (GB)
Epiloog
19 December 2007
In een eerdere kroniek schreef ik schertsend dat het niet mij valt aan te rekenen als mijn woorden in vertaling hun kracht verliezen. Een week later las ik een artikel over een schrijver wiens werk in het Engels zo belabberd was vertaald dat hij de Engelse recensent, die zijn boek vernietigend had besproken, een brief schreef waarin hij het vernietigende commentaar van de recensent volledig onderschreef. Dat lot is mij gelukkig bespaard gebleven. De vertaalster, Rhian Heppleston, die zich dagelijks over mijn teksten boog, heeft zich uitstekend van haar taak gekweten. Mijn stem klinkt sterk door in de Engelse vertaling, alsof de vertaalster in mijn hoofd is gekropen om de juiste toon te vinden. Bijzonder was dat de vertaalster mij in een eerder stadium vertelde dat ze filmpjes en foto’s van mij op het internet had bekeken om een juist beeld over te mij vormen. Het bewijst maar weer eens dat vertalen geen doods en mechanisch proces is waar alleen het gebruik van een woordenboek voor volstaat. Nee, het is mensenwerk waarbij nuance, het vinden van de juiste toon en de juiste keuzes maken, de belangrijkste ingrediënten zijn voor goed vertaalwerk.
De bewondering die ik koester voor goed vertaalwerk is alleen maar toegenomen. Maar toch blijf ik bij mijn eerder standpunt dat het te veel van mij gevraagd is om een emotionele binding aan te gaan met mijn vertaalde teksten. Ik kan het vakwerk van een goede vertaler prijzen, maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat een vertaalde tekst evenveel voor mij betekent als het Nederlandse origineel. Het Nederlands, en alleen maar het Nederlands, is de taal voor mij waarin woorden echte betekenis voor mij krijgen.
In de zomer van 2007 was ik een van de zes Europese schrijvers die in het kader van een essaywedstrijd een korte tournee door Duitsland maakten. We deden verschillende Duitse steden aan waar elke avond onze teksten door een tweetal Duitse acteurs werden voorgedragen. Ik herinner mij nog goed hoe onbewogen ik bleef als mijn tekst werd voorgelezen, alsof het door een vreemde was geschreven, terwijl het een essay was waaraan ik met volle overgave had gewerkt en waarin ik onderwerpen aansneed waarmee ik me zeer nauw betrokken voel. Luisterend naar de Duitse tekst, die ik van begin tot eind kon volgen, was die binding volledig verdwenen. Ik wist mij dan ook geen raad als ik na afloop van zo’n voordracht door vriendelijke Duitsers werd gecomplimenteerd met mijn tekst. Het was alsof ik complimenten in ontvangst nam voor iemand anders. Misschien wel voor de vertaalster. Maar in ieder geval niet voor mijzelf.
























.png&w=256&q=75)











