GESCHREVEN DOOR

Simone Atangana Bekono (NL)
VERTAALD DOOR

Emma Rault (GB)
blog 1 Simone
20 October 2019
Een interviewer van The Paris Review vroeg in 1984 aan James Baldwin of hij geloofde dat er zoiets bestond als een “community of writers”.
‘No. I’ve never seen one in any case . . . and I don’t think any writer ever has,’ antwoordde Baldwin. Een blog schrijven voelt vies. Plots is mijn kijk zichtbaar, omdat die niet vervlochten zit in fictie, in gedichten. Hoi, ik ben Simone en ik weet niet wat ik doe. Schrijvers die over het schrijven schrijven en schrijvers die over schrijver zijn op verschillende plekken schrijven. Ik ben niet zo geïnteresseerd in mezelf als ik schrijf, ook niet in mijn onkunde. Toch, ik dool rond door stadscentra, eet in restaurants die ik niet zelf heb uitgezocht, draag poëzie voor, slaap in vreemde bedden, word verward met andere dichteressen met zwarte poëziebundels. Die ervaringen verdwijnen niet. Die fermenteren en krijgen waarde.
Een jongen met wie ik op de kunstacademie zat zei ooit dat hij zich minder schrijver voelde als hij schreef dan wanneer hij in de supermarkt stond. Hij verdween gaandeweg het eerste jaar en kwam nooit meer terug. Die uitspraak bleef me bij. Op het moment zit ik in Gent. Hier zit ik voornamelijk in het hotelbed te lezen en te werken, na te denken terwijl ik staar naar een porseleinen nabootsing van een fruitmand. Hij staat op de schouw tegenover mijn bed, naast de geurkaars die ik meenam om deze plek een beetje eigen te maken. Ik ben supereenzaam, sms’te ik naar een vriendin en die sms’te terug dat dat toch de hele bedoeling was van deze reis. Nou.
De meerwaarde van het reizen openbaart zich doorgaans niet op eloquente wijze op het juiste moment, niet aan mij. Toch, recentelijk, toen ik op werkreis was in Kaapstad, stond ik op een straathoek te huilen. Ik heb in Zuid-Afrika erg veel staan huilen. Ik huilde in taxi’s en aan de ontbijttafel en aan een zwembad terwijl ik een mocktail dronk. Ik was geraakt door hoe bevrijdend poëzie daar leek te werken voor de makers in dat land, hoeveel het me deed daar aanwezig te zijn. De urgentie die literatuur had, ook voor mij als schrijver. Door die urgentie heerste er wel degelijk een gevoel van gemeenschap en ik voelde dat ook. Maar terwijl ik dat voelde, maakte ik mijn aantekeningen. Ik sloeg op. Ik stond er in maar ook, observerend, woordenloos, buiten.
Nu, in Gent, is het oktober en het regent elke dag. ‘s Avonds drink ik een biertje in bed terwijl ik tv kijk. In de ochtenden lees ik Sula van Toni Morrison. Ik ben schrijver in bed en in de supermarkt en terwijl ik dit schrijf. De ervaring fermenteert en krijgt waarde.
Ik ga na Gent door naar Crossing Border in Den Haag. Ik moet daar mijn ervaringen, of in ieder geval over wat er in me opkomt, tot een blog verwerken en ik raak er lichtelijk van in paniek. James Baldwin zei in hetzelfde interview met The Paris Review: ‘The first person is the most terrifying view of all.’ Een gemeenschap van schrijvers. Een schromende ik. De onbetrouwbare directe uitingen zonder weerwoord. De meest ongelukkige combinatie factoren. Ik zal schrijver zijn schrijvend op een festival.
























.png&w=256&q=75)











