GESCHREVEN DOOR

Niels ’t Hooft (NL)
VERTAALD DOOR

Rhian Heppleston (GB)
Windmill ophalen
22 November 2007
Kunnen alle liefhebbers van de band Windmill hun hand opsteken? Ik weet dat jullie hier komen voor de band Windmill en niet voor de schrijver Niels ’t Hooft. Maar ik ga jullie toch voorlezen. En om te beginnen voorzie ik jullie van wat broodnodige context.
Ik doe mee aan een project genaamd Chronicles. Dat gaat over schrijven en vertalen. Vorig jaar was er ook al zo’n project. Met vier schrijvers – de zogenaamde chroniquers – banjerden we door Den Haag en over Crossing Border. We moesten columns schrijven en die columns voorlezen op het festival.
Vorig jaar suggereerde ik na afloop dat de chroniquers maar eens bands moesten gaan volgen. Op die suggestie reageerde Crossing Border head honcho Cees Debets als een vleermeisje op een begrafenisondernemer in trenchcoat – gillend en stuiterend. Dus nam ik me voor om de band Windmill op te gaan halen op Schiphol.
Dat zit zo. Het stond – en staat – in mijn geheugen gegrift hoe schrijfster Aukelien Weverling stond voor een enorme zaal vol liefhebbers van de band Razorlight en voorlas uit eigen werk. Dat deed ze prima, maar weinig mensen luisterden en er schijnt zelfs iemand “Stoppen, stoppen!” geroepen te hebben.
Mijn briljante ingeving was dat Aukelien die dag op had moeten trekken met Razorlight en daar een column over had moeten schrijven. Zo had ze al die liefhebbers kunnen vertellen dat de drummer nogal vaak – en diep – in zijn neus peutert.
Vandaag sta ik geprogrammeerd voor de band Windmill. Ik weet op moment van schrijven niet hoe groot de zaal is en hoe fanatiek en talrijk de liefhebbers van de band Windmill zijn, maar het leek me desondanks een goed idee om mijn idee in praktijk te brengen. Al was het vanwege het enthousiasme van Cees.
Helaas vernam ik vanochtend dat de band helemaal niet naar Schiphol kwam, maar per eigen vervoer zou arriveren. Daar ging mijn mooie plan. Ik kon nog wel de soundcheck bijwonen, maar dat is, I don’t know, gewoon niet waterdicht genoeg. Ik ben niet iemand die makkelijk een praatje maakt met nieuwe mensen, maar in het Crossing Border-busje, dat heen en weer rijdt naar de luchthaven, zou het me wel gaan lukken. Daar zouden de Windmillers toch niks anders te doen hebben dan vertellen over hún neuspeuterende drummer. Maar bij de soundcheck zou ik besluiteloos aan de zijlijn staan, onzeker of ik nou moest toehappen of niet.
Op het moment van schrijven is de soundcheck in volle gang. Het is een steenworp verwijderd van het café waar ik op mijn MacBook zit te typen. Maar ik geloof niet dat het me gaat lukken. Bovendien, mijn column is toch al af.

























.png&w=256&q=75)











