GESCHREVEN DOOR

Niels ’t Hooft (NL)
VERTAALD DOOR

Rhian Heppleston (GB)
Het oog van de storm
21 November 2007
Dit is het oog van de storm. Ik denk terug aan de vertaalavonturen in Londen en tegelijk probeer ik me iets voor te stellen bij wat komen gaat, op Crossing Border in Den Haag. Uit alle bovenborrelende flarden probeer ik een verrassend inzicht of een goeie grap te destilleren. Maar het wil niet echt vlotten.
Buiten wandelt iemand. Aan een tak van een boom bungelen wat dorre blaadjes – één flinke windvlaag en daar gaan ze.
Londen was mooi. Vooraf wist ik niet echt wat ik moest verwachten en het begin verliep stroef, maar het optreden in de Poetry Society op de laatste avond, de bonte avond zo je wilt, maakte veel goed.
Er gebeurt iets wonderbaarlijks als je mensen met gedeelde interesses een paar dagen bij elkaar zet en ze dwingt interactie te plegen: er ontstaat een band, kennis wordt overgedragen, processen worden in werking gezet. Misschien is dit voor veel mensen volstrekt vanzelfsprekend, maar ondergetekende houdt niet zo van clubs en verenigingen. Tot mijn verbazing ging ik zowaar een beetje houden van die mensen.
Maar goed, dit is dus het oog van de storm, en ik probeer mezelf deze column te laten schrijven. Maar de urgentie ontbreekt. Deze column is een van de vele klusjes op mijn lijst. Die allemaal écht moeten gebeuren, omdat er anders iemand boos wordt, althans in theorie. In de praktijk kan het allemaal ook morgen nog wel.
Misschien twijfel ik ook of ik het wel kán. Of ik de soort persoon ben die columns produceert. Vanochtend heb ik een stopcontact aangesloten in de badkamer, wat lijm tussen tegeltjes weggeschraapt (zodat ik binnenkort kan voegen), gestofzuigd en muurverf gekocht bij de Gamma. Ik ben vandaag van alles: electricien, lijmschraper, stofzuiger, verfkoper. Maar duidelijk geen schrijver. Logisch eigenlijk, want vandaag ben ik ook niet gesubsidieerd door fondsen die het woord ‘talentontwikkeling’ prettig vinden klinken.
Hoe anders was dat in Londen. Daar was ik een schrijver die schrijverdingen deed. Ik was er door al het gepraat over vertalen van overtuigd geraakt dat er zoiets bestaat als een waarheid over vertalen. Het was als een spijker in je voet – niets anders telt nog dan de pijn daar beneden. Het vertaalprobleem had zich in mijn rekenkamer genesteld en dwong me een column te schrijven waarin ik vol overtuiging wat manieren uiteenzette waarop een vertaling beter kan zijn dan het origineel. Met wiskundige precisie. Nou ja, een beetje.
Er was eigenlijk maar één probleem: na al het praten (en denken. En dromen) in het Engels vond ik het moeilijk om überhaupt nog in het Nederlands te schrijven. Juist omdat ik wist dat mijn tekst meteen vertaald zou worden. Mijn column begon daarom oorspronkelijk met het voorstel om het Nederlands maar gewoon op te heffen. Ik schrapte het alleen om gesubsidieerd over vertalen na te kunnen blijven denken.

























.png&w=256&q=75)











