GESCHREVEN DOOR

Niels ’t Hooft (NL)
VERTAALD DOOR

Rhian Heppleston (GB)
Betere vertalingen
13 November 2007
Ik ben in Londen om te praten over vertalen en vertaald worden. En niet alleen om te praten, kennelijk, want vooraf aan de groepsgesprekken kregen we gisteren allemaal een chique zwart Hema-schrift met harde kaft. Het ding is, ik heb er al die uren maar één zinnetje in geschreven.
Nu moet je weten dat ik iemand ben die de neiging heeft zich zorgen te maken over de vraag of wat hij doet wel netjes, wel correct is. En dus vreesde ik dat één zinnetje in zo’n mooi schrift te weinig zou zijn – een gegeven paard in de bek kijken, zoiets. Vervolgens wierp ik een blik op de overkant van de tafel en zag ik Priya en Crista naarstig pennen. Ze hadden al bijna een pagina vol. O jee.
Het kwam toch nog goed, denk ik. ’s Avonds, terug op mijn hotelkamer, tuurde ik in mijn schrift, naar dat ene zinnetje. Het drong tot me door dat, als ik juist dát had opgeschreven, het wel eens van belang kon zijn. Het waren de volgende woorden: “Ways in which a translation can be better than the original.” In het Engels, want na zo’n dag praten en denken in een andere taal, ga je het kennelijk ook schrijven.
Ik begon te mijmeren over manieren waarop een vertaling beter kan zijn dan het origineel. Iemand vertelde me eens dat Harry Potter beter is in het Nederlands dan in het Engels. J.K. Rowling zou leuke verhaaltjes kunnen verzinnen, maar die met weinig gevoel voor stijl aan het papier toevertrouwen. Vervolgens wist de Nederlandse vertaler van de sprookjesboeken er iets fraaiers van te brouwen. Da’s dus manier één, de stilistisch betere vertaling.
Manier twee is praktisch van aard. Stel de vertaler ontdekt dat de hoofdpersoon in één scène twee keer zijn jas uittrekt. Dat kan natuurlijk niet. Verandert de vertaler dit, dan wordt de vertaling zonder twijfel beter. Behalve als later in het boek blijkt dat er iets bijzonders aan de hand is met die jas.
Over manier drie hebben we het gisteren uitgebreid gehad, althans, over de negatieve variant. Hassan is bang dat de Duitse vertaling van zijn boek de plank gaat misslaan, omdat Duitsers volgens hem niks hebben met de problematiek die hij beschrijft, van jonge Marokkaanse Nederlanders. De gemiddelde Duitser zou de context van het boek niet snappen.
Maar wat als het andersom is? Wat als mijn tweede roman Sneeuwdorp de gemiddelde Siberiër op het lijf geschreven is, omdat de context die in Nederland ontbreekt, in Siberië toevallig wel aanwezig is? Deze manier vereist wel een gedachtensprong, want je moet de kwaliteit van een vertaling gaan bekijken als iets wat niet alleen wordt bepaald door de ‘stem’ van de vertaler, maar ook door het ‘oor’ van de lezer.
Manier vier vind ik het interessantst. Ik ben een liefhebber van de Japanse schrijver Haruki Murakami. Zijn vuistdikke meesterwerk heet De opwindvogelkronieken. Een boek met een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis. Het bestaat uit drie delen, waarvan het eerste als feuilleton verscheen en vervolgens samen met deel twee werd uitgebracht als boek. Als je het leest is dit bijna onvoorstelbaar – deel twee eindigt met een ondraaglijke hoeveelheid vragen. Een jaar later schreef de auteur er uiteindelijk het derde deel achteraan, dat de boel mooi rond maakt.
Toen De opwindvogelkronieken werd vertaald naar het Engels, door de Amerikaan Jay Rubin, had die zo zijn bedenkingen. Hij vond bepaalde passages aan de lange kant en de overgang tussen deel twee en drie niet vloeiend genoeg. In overleg met Murakami heeft hij er toen het mes in gezet, met een gestroomlijndere roman als gevolg. Het mooie is dat Murakami Rubins wijzigingen vervolgens heeft overgenomen voor een definitieve Japanse editie – die later ook weer is aangehouden door de Nederlandse vertaler.
Gisteren hadden we het over ‘gemutileerde’ vertalingen waar op verzoek van de uitgever plassen pis en andere authentieke vunzigheid uit was gesneden, maar het kan dus ook anders. Beter.

























.png&w=256&q=75)











