GESCHREVEN DOOR

Fikry El Azzouzi (NL)
VERTAALD DOOR

Johann Migchels (GB)
Voordragen
20 November 2010
Voordragen. Ik doe het wel graag, zolang ze niet te dichtbij komen. Voordragen geeft me altijd een vreemd gevoel. Alsof ik hiervoor niet getekend heb. Het is bizar hoe ik soms als zelfzekere man op het podium sta, en soms ook weer als een natte dweil. Misschien is het een gevecht met mezelf. Om een zekere podiumangst te overwinnen door overdreven zelfzeker te doen. Bij interviews ben ik altijd op mijn hoede. Misschien wel door de slechte ervaringen die ik in mijn prille schrijverscarrière heb meegemaakt. De journalist toont zich altijd van de meest aimabele kant. Totdat je het interview herleest en beseft dat de interviewer gewoon een slang was, enkel op zoek naar een pittige quote. Interviews kunnen ook gewoon leuk zijn. Als het over literatuur gaat, met meerdere schrijvers zodat ik me toch een beetje onzichtbaar kan maken, en een leuke moderator dat zelfs je boek heeft gelezen. Wat eigenlijk een zeldzaamheid is. Tijdens Crossing Border werden al deze voorwaarden vervuld. En zo kon ik met een goed gemoed weer verder dwalen in de catacomben. Om eventjes stil te staan bij een rockband die het beste van zichzelf gaven. Langer dan vijf minuten hield ik het niet vol, ik moest weer dwalen. Daarna moest ik naar een tent om voor te dragen. De tent was afgeladen vol. Niet voor mij hoor, na mij trad er een rockband op. Het is wel mooi dat mensen die nog nooit van mij hadden gehoord, wat eigenlijk wel zo is, nu de kans hadden om mijn werk te ontdekken en misschien zelfs leuk te vinden. Ik heb een humoristisch boek geschreven. Dat kan ik wel zeggen. Wanneer ik het publiek hoor lachen maak ik mezelf wijs dat mijn voordracht best geslaagd is. Heb ik te maken met een stoïcijns publiek. Dan sluimert de onzekerheid in mijn gedachten. Waarom staan ze zo te staren? Vinden jullie het niet leuk? Dit was toch een leuk stukje, glimlach wat of doe toch een beetje alsof? Ik kan er niks aan doen, het is gewoon de natte dweil in mij. Gisteren was mijn voordracht best geslaagd. Met valse bescheidenheid win je niks. Ik verliet het podium en ging weer dwalen. Hoe langer ik begin te dwalen, hoe gevaarlijker ik word. Ik begin dan zelfs spontaan mensen aan te spreken, wat niet van mijn gewoonte is. Ik botste tegen een bekoorlijke dichteres aan die mij prompt een drankje aanbood en me voorstelde aan haar vriendin. We raakten aan de praat en ik besloot om mijn kat naar de vriendin te noemen. Ik kon haar toch niet voor eeuwig kat blijven noemen. De vriendin was zeer vereerd en ik beloofde om een foto van mijn kat naar haar op te sturen. We gingen samen naar de afterparty waar we tot de vroege uurtjes bleven. Uiteindelijk werden we allemaal buitengezet omdat sommige artiesten met rotte eieren naar elkaar begonnen te gooien. We slenterden dan maar wat in de straten van Den Haag. De dichteres vond mij een mooie prater. Maar een mooiprater ben ik helaas niet, alleen maar een gevaarlijke dwaler.

























.png&w=256&q=75)











