GESCHREVEN DOOR

Laia Fàbregas (NL)
VERTAALD DOOR

Anna Asbury (GB)
VERTALEN
22 November 2008
Beste Anna,
Everything comes to an end... De laatste crossingborderdag. Alle talen dansen door elkaar in mijn hoofd. Gisteren heb ik bijna twee uur lang naar een Italiaans gesprek tussen Federica en een journalist zitten luisteren. Na een uur kon ik hen helemaal volgen. Dat is echt geen wonder, ik beheers al twee Romeinse talen, dus een derde kan er makkelijk bij.
Ik heb nog nagedacht over het bezoek dat we gisteren aan het Vredespaleis hebben gebracht. We zaten aan een heel grote tafel met een donkerrood tafelkleed. We kregen koffie en ik was bang om op het tafelkleed te morsen. We hebben naar Steve geluisterd, een vertaler die ons alles over vertalen kon vertellen. (De alliteratie in deze laatste zin zullen de Engelse lezers wellicht niet kunnen ervaren... En toch is het een mooi moment voor alliteratie).
Steve vertelde ons over zijn drie gouden regels die van een vertaler een goede vertaler maken.
Regel 1. De vertaalde tekst moet alle informatie van het origineel bevatten. Niet meer en niet minder.
Regel 2. De vertaalde tekst moet zo simpel en helder mogelijk zijn (in de zin van gebruiksvriendelijkheid).
Regel 3. De vertaalde tekst moet gelezen worden alsof die oorspronkelijk in de doeltaal geschreven was.
Na de regels te hebben opgesomd, vatte Steve het allemaal samen in een krachtige zin: een vertaler moet goed kunnen schrijven in zijn of haar moedertaal.
Dat klonk goed bedacht, en waar. Maar iets maakte dat zijn theorie niet helemaal lekker aanvoelde. Liesbeth duidde dat goed aan: ze zette haar vraagtekens bij regel 2.
En zo kom ik terug bij alliteratie. De regels van Steve zeggen niets over het behouden van bepaalde vormen in de tekst. Hij legt de nadruk op gebruiksvriendelijkheid. Dat is ook begrijpelijk, want hij had het helemaal niet over literair vertalen, maar over teksten die rechters moeten helpen tot een vonnis te komen.
Ik denk dat literaire vertalers regel 2 net anders zouden formuleren. Of er misschien een vierde regel aan toe zouden voegen. Want de vorm van een tekst, bijvoorbeeld een alliteratie, moet ook een plek krijgen in de vertaling.
Umberto Eco schrijft hierover in zijn boek ‘Dire quasi la stessa cosa'. Volgens Eco zal de vertaler van een tekst, in het geval van een onmogelijke combinatie van vorm en inhoud, een afweging moeten maken, en zich moeten afvragen: Kan ik zowel vorm als inhoud behouden? Zo niet, is het dan belangrijker om de inhoud te behouden of de vorm? Kan ik een van de twee iets aanpassen om ze allebei ‘bijna' te behouden, of laat ik er één verloren gaan ten gunste van de ander? Dit lijken me heel erg moeilijke vragen.
Goed, dit is de laatste column/brief die onder tijdsdruk geschreven en vertaald moeten worden. Ik wil het je niet te moelijk maken, maar wat denk je, is het mogelijk om iets te doen met mijn alliteratie? Je zult er meer dan een woordenboek voor nodig hebben...
Ik wens je een goede laatste dag! Laia

























.png&w=256&q=75)











