GESCHREVEN DOOR

Sebastiaan Chabot (NL)
VERTAALD DOOR

Olga Niziołek (PL)
Sebastiaan blog 3
07 November 2020
Grant bestelde nog twee glazen witte wijn; Marjet dronk vlug haar glas leeg voordat de nieuwe glazen op tafel werden gezet.
‘Het is binnenkort weer z’n sterfdag,’ zei Grant.
‘Van Leo? Nu alweer? Mijn god wat gaat de tijd toch hard, de laatste tijd.’
‘Hij heeft me nooit begrepen, Leo.’
‘Misschien dat het daarom werkte.’
‘Wat je zegt, ja.’
‘Alstublieft, dames.’ De barman zette bedachtzaam twee nieuwe glazen Sauvignon neer. Hij droeg plastic handschoenen en zijn brede glimlach ging schuil achter een mondkapje.
‘We krijgen geeneens een nootje,’ zei Grant.
‘Ik zou wel een zoutje lusten,’ beaamde Marjet.
‘En de zee ziet er ook niet uit.’
‘Moet je kijken, die cocktails die daar gaan, ik ben blij dat ik ze niet besteld heb.’
‘Zien er niet uit.’
‘Wel leuke lampen.’
‘Nou, welterusten schat.’
‘Je bedoelt proost.’
‘Ach ja, proost, welterusten, één pot nat.’
Grant nam een slok zo groot als een zeemansgraf; Marjet gooide gewillig haar reserves overboord maar moest drie keer slikken om haar Amerikaanse vriendin bij te houden.
‘Wat een donkere lucht, hè?’
‘Dan zie je de pier niet zo goed.’
‘Maar die vind ik ook zo lelijk.’
‘Zo is-ie wel mooi, in de mist.’
‘Zijn dit nou twee muziekstukken door elkaar?’
‘Nee, volgens mij is het jazz.’
‘Nou ik hoor piano en dan weer wat anders. Ik bedoel, geef die pianist wat te drinken.’
‘Ja, speelt-ie eens wat anders.’
‘Of houdt hij helemaal op.’
‘Je had hier vroeger ook nieuwjaarsconcerten met jazz, waar we heengingen.’
‘Ja, toen.’
‘Nu ga ik ’s avonds niet meer weg.’
‘Dat heb ik steeds vaker, om drie uur. Dan doe ik de deur vast op slot.’
‘Nou ja, het is gebeurd.’
‘Het is gebeurd, net zoals wij.’
‘Nog even.’
‘Hoe is het nou met Evert?’
‘Niemand die het weet.’
‘En Wien? ik hoor helemaal niks meer van haar.’
‘Het is een beetje een treurwilg.’
‘Als ik haar niet bel, spreken we elkaar nooit.’
‘Er is weinig van over, van Wien. En ze loopt zo moeilijk, hè.’
‘Het is bepaald geen dollebek, nee.’
‘Maar ze kon zo lachen.’
‘Ja, maar ik heb me altijd afgevraagd of het echt was, of het oprecht was.’
‘Zaterdag hebben we afgesproken, maar ja, het kan zomaar zijn dat ze afzegt.’
‘Ja joh, kan jou het schelen, bel je mij toch?’
‘Jij belt ook nooit.’
‘Toch zitten we hier.’
‘Ja, heerlijk hè.’
‘Ach man, zalig.’























.png&w=256&q=75)











