GESCHREVEN DOOR

Naima Albdiouni (NL)
VERTAALD DOOR

Laura Vroomen (GB)
LISTEN (TALIB KWELI)
21 November 2009
De combinatie van muziek en literatuur op een festival is geen buitenaards of vreemd fenomeen. Verre van. Zelf ben ik iemand die niet eens kán schrijven zonder muziek die in mijn oren knalt. Beeldende kunst en vooral muziek en film zijn voor mij noodzakelijk om te schrijven zoals ik wens te schrijven. Die prikkels van andere kunsttakken scherpen mijn pen, brengen me in de juiste mood, wekken de roes op waarin ik wil verkeren wanneer ik een scène beschrijf. Dat is waarom ik mijn aanwezigheid op Crossing Border ten volle benut om van zaal naar zaal te slenteren, steeds demonstratief mijn pols met backstage-bandje omhooghoudend naar al die breedgeschouderde security-kerels wanneer ze me een ietwat vreemde blik toewerpen.
Glijdend (de vloeren van sommige gangen in de Koninklijke Schouwburg zijn gevaarlijk glad), slidend, slenterend begaf ik me tussen de backstage-drukte, enkele uren voor het festival van start ging. Stagemanagers, soundcheckers, cateraars, rockers, schrijvers, televisiepersoonlijkheden en radiomakers kruisten mijn weg en niemand die me tegenhield. Even verloor ik mijn cool toen ik dringend naar het toilet moest. Daar trof ik een blonde meid die zich aan het opmaken was. Mijn handen wassend knoopte ik casual een conversatie met haar aan. Ze was een van de backing vocals van Reinout met Nevenwerking en vertelde me dat ze de enige band waren die geen eigen kleedkamer toegewezen hadden gekregen. Poor thing. Eigenlijk werkt ze als journaliste voor het Belgische VTM. Ook werkt ze met onder andere Reinout Verbeke, een begenadigd en talentvol dichter, met wie ze probeert de kloof tussen pop en poëzie te dichten. Een combinatie die ongetwijfeld vonken veroorzaakt op een podium.
Ik wenste haar veel succes en liep verder naar een andere zaal, waar de soundcheck van Yo La Tengo plaatsvond. Drum and base, elektrische sounds die je kippenvel bezorgen, muziek die je voelt. ‘More base, more base!’ schreeuwde de vrouwelijke drummer naar de kerel achter de tafel met verlichte knoppen (ja, ja, ik ben een leek wanneer het om equipment gaat). Yeah girl, shout it out!
De base ontbrak alleszins niet bij de veelbelovende Belgische band Kartasan, die een fascinerende mix van jazz en rock weet te brengen. Neergehurkt, leunend met mijn rug tegen de zwarte muur, genoot ik van het privéconcert dat hun soundcheck voor me was. Ik zag Jan Vandecasteele naar me staren (buiten de kerels die er moesten werken, was ik de enige in de zaal), maar ik hield me cool en kalm. Wellicht vroeg hij zich af wat die kleine trees op hakken kwam doen, maar ik had een papieren backstage-bandje en wilde echt ten volle te genieten van de sfeer achter de schermen.
En sfeer was er in overvloed. De opwinding zinderde in de lucht die we ademden, allen verkerend in een natuurlijke high door de veelal onstuimige, onstuitbare energie van al die creatieve zielen die één ding gemeen hebben. Bezield en vanuit het hart brengen zij, brengen wíj iets voort wat zal blijven bestaan tot lang na ons verblijf op deze aarde. Iets wat universeel is, wat ons met elkaar bindt. Muziek brengt ons samen. Dit jaar opnieuw op dit unieke festival. Waarvoor veel dank. Ik buig en knik mijn hoofd uit appreciatie en respect voor allen.
























.png&w=256&q=75)











