GESCHREVEN DOOR

Bregje Hofstede (NL)
VERTAALD DOOR

Alice Paul (GB)
Bregje column 3
15 November 2014
In een bepaald soort restaurant – ik heb het van horen zeggen – serveert men tussen de gangen een sorbet om het palet te neutraliseren. Weg met de oude smaak, klaar voor de nieuwe. Smaken geven immers op elkaar af, met goed of slecht gevolg. En met de ervaringen die je in een dag opdoet gaat het eigenlijk net zo.
In het donker van de schouwburgzaal zwiept een vlecht langs mijn wang. Ik schrik op uit de muziek en breng een hand naar mijn gezicht. Het meisje dat er langs moest is al weg, maar even meen ik de meeuw af te moeten weren die zich een paar uur eerder op me stortte, toen ik een broodje haring at bij het kraampje aan de Hofvijver. Ik had het staartje nog, de rest had hij, en ik voelde zijn poot op mijn voorhoofd. Nu, in de schouwburg, wrijf ik erover en probeer de meeuw de zaal uit te jagen. Op het podium staat een bebaarde man heel mooi te zingen. “Say today and she may look your way and lead you home.” Terug in het hotel zoek ik het liedje op, nog steeds heel mooi, maar minder magisch. Het is moeilijk om zo op te gaan in Youtube. Als je me vraagt wat het verschil is tussen thuis met een boek of cd op de bank zitten, en diezelfde muziek of literatuur live meemaken op een festival, is het misschien dit verschijnsel: het sterk samenvloeien van indrukken in een uitgerekt hier en nu. Voorafgaand aan het festival fietste ik naar de tentoonstelling van Rothko. Ik kende zijn werk alleen nog maar van reproducties: grote kleurvlakken boven elkaar, leuk voor op een poster. En ik kende de theorie: het zou gaan om de lijfelijke ervaring van die kleur, om het “zo direct mogelijk communiceren met de toeschouwer.” Enigszins sceptisch stap ik binnen. Erg direct heb ik nog nooit gecommuniceerd met een poster van Rothko; erin opgenomen ben ik ook niet. Het is druk in de museumzalen. Ik schuifel van doek naar doek totdat ik bij een enorm canvas kom dat, net zoals de andere, geen titel heeft. Voor dit werk blijf ik staan. Ik bekijk de manshoge kleurvlakken. Achter het omber gloeit kobaltblauw. Het doek is zo groot dat ik mijn grip erop verlies: aan de rand van mijn blik beginnen de kleuren te vloeien, en ik merk dat ik naar voren hel. Zo werkt het dus, denk ik. Je verdwijnt in zo’n doek – hoe lang heb ik hier eigenlijk gestaan? ’s Avonds op het festival zoek ik een plekje aan de rand van het zaaltje waar de eerste artiest begint te spelen. Naast mij, in de hoek, staan ongebruikte cymbalen, die meetrillen met de bas. Ook mijn borstbeen zoemt zachtjes mee. Ik kijk naar de toneellampen die gekleurde banen door het donker trekken, en denk aan Rothko. Langzaam drijf ik weg. Op een bepaald moment zijn kleur en klank maar moeilijk uit elkaar te houden. Zou er een ideale voorbereiding bestaan op een concert? Minder meeuwen, en meer Rothko. Sorbets tussendoor. En misschien dat aromatherapie nog interessant is voor de complete synaesthetische ervaring.

























.png&w=256&q=75)











