GESCHREVEN DOOR

Siham Amghar (NL)
VERTAALD DOOR

Mathilde Vuidar (FR)
blog 1 - Siham
20 October 2016
Om mijn eigen as draaien, tot alle aardse kleuren in elkaar opgaan. Bewegen, tot mijn schaduw tastbaarder is dan mijn vaste vorm. Mijn vingers om gevallen takken, boomtoppen, verse bladeren, doen vastklampen. Vasthouden Aan de klanken die mij van warm naar koud, koud naar heet schommelen.
Daar staan wij dan. De een na het ander gezicht gaat aan ons voorbij. Verleden woorden, voortvluchtig, gretig naar wat hen toekomt. Een bandje betreedt ons podium en wij sluiten onszelf op. Deuren openen zich en de ruimte vermenigvuldigt. Slaginstrumenten klinken dof, blaasinstrumenten voeren de boventoon. Scheller. Feller knipperen met de ogen en het licht verblindt. Snaren bestrijken, lijkt dichterbij dan ooit tevoren. Aanzicht. Gaat aan ons voorbij.
Hij loopt verder en komt een stem tegen. Ingetogen, luider dan zijn gedachte dragen kan. “Sluit de geest, verneem het meesterlijke. Laat U meevoeren in een schouwspel, verder dan het geweten reiken kan. Schaamte bestaat niet. Beeld blanco. Aan mij om deze te beschilderen met roekeloosheid en extase. Laat het gaan. Gebeuren, zonder enig besef van kracht. Luister. Laat mij U aan de haren meetrekken naar plekken waar U niet zou durven ademen. Verstikken in onbegrip, onmacht, maakt verlegen. Vindt U niet?”Gehaast ervandoor. Voorbij aan deze dwangmatige poëet, voordat zich werkelijke magie in mijn aderen pompt.
De trap af, kralengordijn door, ruikt zij de ruimte. Als wierrook, in de mix met blokzeep, in de mix met feestzweet. Fijn. Even dromen, haar kontje in de rondte, haren in de stille wind, lipjes getuit, als opgespoten. Swingend, zich ritmisch verliezen aan iets dat geen zwaartekracht lijkt te kennen. Hurken, opspringen, neus afvegen aan top met lange mouw, hurken. Zij drinkt een zoetig drankje, met scherpe nasmaak. Passend bij al het gevoel in haar ledematen, verdovend. De trap op. Naar het balkon, groeten van de maan. Zij ruikt de ruimte en het heelal snuift zich een weg naar haar nek.
Rood. Blauw. Groen. Paars. Goud. Grauwe lijnen. Verse inkt. Het huisje op de heide, geschilderd door een man van betonnen stad, staat. Voorbijgangers zien alles, behalve het geschilderde. De boodschap. Dat waar de inkt voor heeft moeten drogen. Totdat het begint te spreken, schreeuwen, schelden, zingen. Totdat de vormen vorm krijgen, hun mannetje staan. Als een vrouw, rechtovereind, trots. Totdat de kleuren in elkaar opgaan en voorbijgangers enkel nog om hun eigen as draaien. Het licht uitvalt, de spotlights aangaan. Het plaatje belicht wordt. Kaken elkaar verre van raken. Rood. Blauw. Groen. Paars. Goud. Grauwe lijnen. Verse inkt. Het huisje op de heide heeft plaatsgemaakt voor experimenteel, als Pollock. En iedereen staat stil.
Allen verloren in de eigen creatiedrift, geprikkeld door ontdekkingsreizigers die hen een stukje waarde schenken. Verdwaalde geesten vinden hier genot, tot het einde van de avond en de volgende dag opnieuw. Ik dwaal mee. Ik zing. Luister. Spreek. Vergeet. Ontvang. Verdrink. Zwem mee.
Het gaat aan ons voorbij. Alles, bedoel ik. Woorden, klanken, kleuren, geuren, smaken, werkelijkheden en illusies. Koester het tikken van de klok, de hele avond, zolang deze niet te horen is. Koester vanmiddag, vanavond en de roes die wij uitslapen.
























.png&w=256&q=75)











