GESCHREVEN DOOR

Lize Spit (NL)
VERTAALD DOOR

Kristen Gehrman (GB)

Maud Gonne (FR)
blog 5 - Lize
17 November 2016
Onderweg van het station naar het centrum van Den Haag wandel ik langs een grote witte verfvlek op het wegdek. Deze bevindt zich vlak voor een grijs bepleisterd huis. Het moet watervaste verf geweest zijn: het regende daarnet hard maar daar heeft de vlek zich niets van aangetrokken.
Ik blijf even aan de rand van de plas staan, neem het grijze huis in me op, kijk weer naar de vlek, beeld ik me in hoe deze hier zou gekomen zijn. Sommige taferelen nodigen uit tot verbeelding: het zijn raadsels die pas kunnen verdwijnen wanneer ze volledig opgelost worden.
Ik stel me de Hagenaar voor die in het grijze huis woont. Niet zomaar een man, nee, om hem vorm te geven gebruik ik details van mensen die ik ken. Ik leen de grondigheid van een van mijn nonkels, die zelf nooit de goedkoopste verf zou kopen in een bouwmarkt. Ik leen de klungeligheid van een vriend die op elk verjaardagsfeestje minstens een glas omstoot en de schaamte van een kennis die ooit in een treinstation overgaf en dagen niet meer de trein durfde te nemen, tot hij zeker wist dat het zou zijn opgeruimd.
Uit al deze geleende eigenschappen boetseer ik een personage, een man zonder kinderen, die jaren geleden het bepleisterde grijze huis kocht en aan zijn partner beloofde de gevel wit te zullen schilderen - die belofte kwam hij nooit na.
Ik fantaseer dat hij een pet droeg, ook binnenshuis, om zijn kaalheid te verbergen. Ik bedacht dat zijn vrouw hem misschien verliet voor een andere man, die nog kaler bleek te zijn dan hij, maar binnenshuis geen pet droeg.
Ik stel me voor dat hij, jaren na aankoop van het huis, de grijze gevel plots de schuld gaf van alles, dat hij daarom naar een verfwinkel trok. Daar kocht hij een goed dekkend product, zeker niet het goedkoopste.
Om te berekenen hoeveel liter er nodig was, informeerde de verkoper naar de grootte van het te beschilderen oppervlak. De man twijfelde over de afmetingen van de gevel. Die leken sinds zijn vrouw vertrokken was, veel groter geworden.
Hij reed huiswaarts met ruim voldoende verf, stapte haastig uit, maar in alle enthousiasme, bij het optillen van een van de emmers met twintig liter, ging het fout: het handvat glipte uit zijn handen, de emmer kwakte ondersteboven op de grond.
Minutenlang moet de man er gestaan hebben, op de stoep, starend naar de vlek die zich vormde, voor zijn voordeur. Hij nam zijn pet af, zette die terug op zijn hoofd maar dan achterstevoren, dat deed hij altijd als hij de situatie wilde veranderen.
Hij stond er minstens even lang naar te kijken dan dat ik er nu sta.
Gedurende de paar dagen die ik in Den Haag doorbreng voor het Crossing Border festival, op een paar honderd meter van de gemorste verf vandaan, denk ik geregeld aan de man, en steeds als ik aan hem denk, vul ik meer details van hem in, lijkt de kans dat hij werkelijk bestaat groter.
Wanneer ik uit het raam van mijn grote, donkere hotel kijk, naar beneden, naar het grijze wegdek waarop witte stippellijnen staan, voelt het alsof ik, samen met hem, aan het wachten ben tot zijn verdriet afgesleten zal zijn.
























.png&w=256&q=75)











