GESCHREVEN DOOR

Daphne Huisden (NL)
VERTAALD DOOR

Alice Paul (GB)
1055-2
17 November 2013
Nou, het is ze gelukt.
Mijn mede-schrijvers en de vertalers hebben het voor elkaar gekregen dat ook deze kluizenaar gisteravond aanwezig was op de afterparty. De kans hierop was ongeveer even groot als de kans dat Arjen Robben het Nederlands elftal volgende zomer met een panenka tot wereldkampioen schiet – dus dat biedt hoop voor de toekomst.
De vraag is: hoe hebben ze dit geflikt?
Aan het begin van de avond zag het er namelijk geenszins naar uit dat ik het al te laat zou maken. Vanochtend stond er een busreis naar Antwerpen op het menu en het nieuwe, verstandige stemmetje in mijn hoofd zei dat het wijs zou zijn (of erger nog: volwassen) om met een fris en uitgeslapen hoofd de grens over te steken.
Dus zat ik braaf met mijn opschrijfboekje op mijn schoot bij het graphic novel-blokje; een bonte verzameling van tekeningen, (spot)prenten en beeldverhalen uit alle delen van de wereld trok aan aan me voorbij. Tijdens de interviews werd er live getekend door de Stalinski's, de ontwapenende zusjes Staal uit Groningen die net als ik de inspiratie voor hun werk halen uit het onder de loep leggen van het alledaagse. Ik zag werk voorbijkomen uit New York en een prachtige samensmelting van beeld, geschiedenis, muziek en literatuur uit Tsjechië. Heel indrukwekkend.
Tot dusver was er niets aan de hand.
Maar ja, toen moesten we zelf aan de bak.
Je weet pas hoe comfortabel het is om onderdeel uit te maken van een publiek als je zelf geacht wordt iets interessants te doen achter een microfoon. Nu zijn schrijvers meestal niet zo verzot op optredens en interviews. Ze laten zich niet graag bekijken; datgene dat ze aan de wereld willen laten zien, verwerken ze in hun boeken.
Ik had dus eigenlijk beter moeten weten, en toch... Toch was ik er om de een of andere reden van uitgegaan dat de anderen stalen zenuwen hadden, hun hand niet omdraaiden voor een simpel vraag-en-antwoord-spelletje.
Ik had het mis.
Niet alleen de schrijvers, maar ook de vertalers begonnen één voor één pips te zien toen het moment van literair voyeurisme dichterbij kwam. En daar begon het: we deelden onze onzekerheden, onze angsten, onze wens om dit onderdeel van het festival zo snel mogelijk achter de rug te hebben.
Natuurlijk waren deze angsten niet reëel en uiteindelijk ging het zoals dat altijd gaat wanneer je van het ergste uitgaat: het viel alleszins mee.
Toen ik aan de beurt was en plaatsnam achter het katheder en ik mijn trillende zweethandjes probeerde te bedwingen, keek ik naar de eerste rij. Daar zaten ze; de bekende, welwillende gezichten; gezichten die precies wisten wat er op dat moment door mijn hoofd ging (paniek!) – en op dat moment viel de ergste spanning van me af. Ik zal niet beweren dat ik daar op mijn gemak stond, maar bang was ik niet meer. Ik stond er niet langer alleen.
En zo kwam het dat ik na afloop geen zin meer had om verstandig te doen. Ik kon me niets fijners bedenken dan met ze mee te gaan naar de afterparty, de drukte in. Daar stonden we; in een dampend cafe, dansend, lachend, en vergetend dat we ooit zenuwachtig waren geweest.
We waren de verlenging manmoedig doorgekomen – we waren klaar voor de finale.
























.png&w=256&q=75)











