GESCHREVEN DOOR

Dean Bowen (NL)
VERTAALD DOOR

Carmen Clavero (ES)
Dean blog 1
23 October 2018
We bewegen allemaal in een woelen van constant aandienende gestes, de machinerie van de waanzin, de verleidingen van het kapitaal of de gecommitteerde overgave aan onze zonden. Een bewegen dat meer lijkt op een vooruit vallen dan de beheersing die ze impliceert. We veinzen onszelf, een schrijver bijvoorbeeld. Zijn bang om uitgevonden te worden en de verhalen die we onszelf vertellen over onszelf te zien kruimelen. Ook ik erken mijn feilbaarheid. Wentel erin, houdt van mijzelf en zoek naar een thuis in dit alles.
Thuis, was voor mij jarenlang de stad Den Haag. Hier heb ik liefgehad, ben ik kapotgegaan. Ik weet wat het is om in deze stad te dwalen of te verdwalen. Om te verdrinken in het teveel dat onder haar patina van hof en vrede en recht verscholen ligt. De sluimerende onrust die soms doorheen het craquelé te aanschouwen is en de pogingen dit licht te verduisteren. Ik houd nog altijd van de stad van Couperus, van Bomans en Nijhoff. Een stad die altijd beter was in het eren van haar zonen in tegenstelling tot haar dochters. Maar hoeveel heeft een dichter zonder toegang tot de illustere wereld van de publicatie te zoeken in een stad die haar literaire cultuur stoelt tot twee festivals die de stemmen die ze herbergt beperkt vertegenwoordigd ziet.
Ik moest er weg. Had er alles uit gehaald wat eruit te halen viel en een nieuwe horizon bood me een potentieel thuis dat lonkte met de belofte van troost en gemeenschap. Een nieuwe liefde. Hoe verandert een voormalig thuis in een maar al te recent doch ver verwijderd verleden? Het is soms makkelijk vooruit te kijken als er achter je niets roept voor je terugkomen.
En hier zit ik nu. Achter een laptop in mijn nieuwe thuis te schrijven voor een festival dat mij nooit aan leek te gaan in de tijd dat ik me begaf op de gronden waar het zich vanaf 1993 gevestigd heeft. Waar het zich thuis noemt. Ook het andere Haagse literaire festival wist me eerder dit jaar te ontvangen als gast. Er kan veel veranderen in een korte tijd.
Ik schreef het boek dat me de uitnodiging opleverde voor Crossing Border in mijn nieuwe thuis, Rotterdam. Toch ontkom ik niet aan de aanwezigheid van mijn oude stad die in de welvingen tussen de regels echoot. Een oplettende lezer zal haar misschien terugvinden. Er is ergens een stukje zee, een snufje zout, een gevallen traan. Oh, Oh, Den Haag, mooie stad achter de duinen.
En precies dit, deze sluimerende aanwezigheid, hoop ik op te zoeken. Om wellicht met een verse blik te zoeken naar een literair Den Haag waar het me eerder de toegang tot ontbrak. Er borrelt iets op, merk ik. Een klein maar waarachtig verlangen, om dit vroegere thuis te lezen door een nieuwe lens. Om te ontdekken of er iets nieuws pakt in wat ik als uitgeputte grond beschouwde. Het maakt immers, niet uit welk gewas je uit de grond trekt, er blijven altijd wortels achter.
En misschien mag dit nieuwe ontdekken weer aanzetten tot bewegen. Om te proeven van een Den Haag dat mij nu nog onbekend is. Om te vallen, vooruit. Om te tuimelen in het soort belofte dat alleen een vroeger thuis in zich meedraagt. Of iets anders.
























.png&w=256&q=75)











