GESCHREVEN DOOR

Dean Bowen (NL)
VERTAALD DOOR

Carmen Clavero (ES)
Dean epiloog
19 November 2018
Ik heb een zeer slecht geheugen. Als kind leed ik hier al onder en dus zijn de herinneringen aan mijn jeugd een amalgaam van gecorrumpeerde data, belichaamde surrealiteit, wat dromen en gememoriseerde feitjes waarvan ik overtuigd ben dat ik ze overgenomen heb van familie en vrienden. Een soort mythe, ontsprongen uit de krochten van mijn overpeinzingen, maar die met de werkelijkheid van mijn verhaal weinig van doen zal hebben.
Concreet betekent dit, dat ik in de overdaad van alledag, ongelooflijk veel kwijtraak. Gemaakte afspraken, vriendschappen, beloftes, mijn sleutelbos. Altijd weer mijn verdomde sleutelbos. Ieder vergeten ding is een donkere holte die zich in mij nestelt en mij poreus achterlaat. Kwetsbaar. Licht.
In die staat draag ik dan ook relatief weinig in mij mee, waardoor ik anderen de mogelijkheid bied mij aan te vullen. Of beter gezegd, mij op te vullen.
Om niet een archief, maar een echokamer te zijn. Een ruimte voor slechts een beperkte tijd beschikbaar, voor diegenen die er gebruik van wensen te maken.
En ik zwelg in deze tijdelijkheid en die van de ander. Ben niet opzoek naar de continuering. Het doorlopende narratief. Ze is me te grotesk. Te banaal. Ze impliceert dat we in staat zouden zijn deze als iets anders dan een fictie te formuleren. Als iets anders dan de fragmenten die we zijn. De parallelle verhalen. En zijn we allemaal niet dat; een fictie? Een versie van een verhaal?
Ik stel mijzelf deze vragen terwijl ik met een glimlach, de schrijfsels van begin deze maand teruglees. Ze lezen als het experiment dat ze waren. Ik ben geen blogger en weet niet precies hoe te werken binnen de vorm, maar in de onhandigheid die ik teruglees vind ik iets charmants. Een onwennige toon. Gekunstelde zinnen. Zoals ook in dit laatste. Deze stukjes vereeuwigen mij op een zeer specifieke manier en ik vraag me af, hoeveel van de fictie die in deze vereeuwiging verankerd liggen nog aanwezig zijn in mij? Hoeveel is er overgebleven?
Ik stoor mij eraan dat ik hierop geen helder antwoord weet te formuleren. Feit is dat er, direct na het festival een wereld klaarstond om wederom van alles van mij te eisen. Dat ik nu pas, tijdens het schrijven van deze epiloog mezelf de tijd gun om stil te staan bij de wegvallende echo’s die nog nagalmen in mijn holtes. Ik weet dat er iets concreets ontstaan is. Een nieuwe poreuze zuil. Ik weet ook, dat er al teveel kwijt is. Ik weet dat Lana, Radna, Mauro en Sharlene, Joep, Joyce, Carmen, Scott en Koen ook weer opgeslokt zullen zijn door de wereld en haar eisen. Dat we allemaal net iets anders zijn dan de fictie die we waren.
Het ga ze goed. Ik neem ze mee, in mij. Maak van ze een mythe doorspekt met gecorrumpeerde data, belichaamde surrealiteit, enkele dromen en gememoriseerde feitjes waarvan ik overtuigd ben dat ik ze verzonnen heb. Of gewoonweg verkeerd onthouden.
























.png&w=256&q=75)











