Voor niemand
30 November 2011
Een goede vriend liet me vandaag zijn weblog zien. Het zit weggestopt, ergens op het internet. Het is alleen te vinden als je het adres kent. Hij schrijft er af en toe iets, soms niet meer dan twaalf woorden. Geen plot, geen opbouw, alleen een gedachte die er even is en een seconde later weer weg kan zijn. Vrijwel niemand weet dat het er is. Zijn naam staat er niet bij.
Ik las zijn stukjes en wilde dit ook weer: zinnen kwijt kunnen aan een plek die niemand bezoekt, maar waar toch de minieme kans bestaat dat iemand erop stuit. Anoniem blijven, en elke uitleg schuldig.
Zo begon het schrijven van mijn boek: met zinnen die tientallen keren opnieuw geschreven werden voordat iemand anders mocht weten dat ze er waren. Dan las ik het nog eenmaal door, zette nerveus de laptop bij mijn vriendin op schoot en ging op bed liggen wachten tot ze er iets over zei. Vanaf dat moment was het niet meer alleen van mij.
Op Crossing Border 2011 las ik voor uit mijn debuutroman, die zes weken daarvoor uit was gekomen. Ik stond op het podium, hield mijn boek vast, opengeslagen bij een paginanummer dat ik vooraf uit mijn hoofd had geleerd. Ik wist hoe ik achter de microfoon moest staan, een beetje naar de zijkant gekeerd, zodat mijn handen de ruimte hadden om de pagina om te slaan zonder de microfoonstandaard omver te gooien. Ik probeerde even de zaal in te kijken als ik uit mijn hoofd wist hoe een zin zou eindigen.
Ik sprak in de lobby van de Schouwburg met andere schrijvers, naast een stapel boeken waar het mijne bij lag. Ze vertelden me wat ik zou moeten denken van de recensies in de kranten, en waar het om ging bij het voorlezen van je eigen werk, en bij het schrijven van boeken, en nu we toch bezig waren en nog een biertje hadden gehaald, waar het om ging in het leven.
Ik zag hoe iemand mijn boek van de stapel pakte en ermee naar de kassa liep. Ik liep erachteraan, enigszins gespannen over de brutale vraag die ik zou stellen. ‘Dat heb ik geschreven’, zei ik. ‘Zal ik er wat in schrijven?’ Dat mocht.
Elke ochtend schreef ik een column. Op zaterdag las ik op het festival voor wat ik die ochtend, in mijn pyjamabroek op de hotelkamer, geschreven had. Wat ik maakte had direct een publiek. Crossing Border was het mooiste dat me overkwam sinds het boek er is. Echt.
Maar nu wil ik weer schrijven waar niemand het ziet.

























.png&w=256&q=75)











