GESCHREVEN DOOR

Peter Zantingh (NL)
VERTAALD DOOR

Vivien Doornekamp-Glass (GB)

Peter Zantingh (NL)
Half a world away
18 November 2011
I guess that's all I needed To go it alone And hold it along R.E.M.
Ik zat tegenover Ben in De Paas, een bierlokaal in Den Haag. Om het te vinden moet je een stukje het centrum uit lopen, tot het punt waarop de straten donker worden en het er niet meer op lijkt dat je nog een drukbezochte kroeg gaat tegenkomen.
Ben is een van de andere auteurs van The Chronicles. Hij komt uit Londen. Hij is negentien en hij heeft vier boeken geschreven. Allemaal in hetzelfde jaar, vertelde hij me. Ben dronk hard, ik had moeite hem bij te houden. Hij dronk om dronken te worden, had hij eerder op de avond gezegd. ‘Neem je de eerste slok van je eerste biertje met het uiteindelijke doel om zat te worden?’ vroeg ik. Ja, zei hij. ‘Neem jij wel eens een biertje voor alleen dat biertje?’ vroeg hij toen, en ik zei ook ja. Daar leek hij weinig van te begrijpen.
In de Koninklijke Schouwburg hadden we Smith & Burrows gezien, een samenwerking van de frontmannen van Editors en Razorlight. Tom Smith, van Editors, zat op een houten kistje voor een microfoon, met zijn benen over elkaar geslagen. Elk jaar brengt verliezen met zich mee, zei hij, en een van de verliezen van dit jaar is R.E.M. Ze speelden vervolgens een cover van die band, die dit jaar uit elkaar ging. ‘Half A World Away’ gaat over een man die dronken is, en alleen, en ver van huis, maar daar iets goeds in probeert te zien omdat je sommige dingen in je eentje moet doen. Niet alles valt in gezelschap op te lossen.
De sonore stem van Smith vulde de ruimte, zoals het ook bij andere nummers deed, maar leek nu een stapje opzij te doen om die van R.E.M.-zanger Michael Stipe de ruimte te geven, zodat die ook nog kon bestaan.
‘Wat vind je van die Occupy-protesten?’ vroeg Ben me ’s avonds laat in het bierlokaal. Ik had daar geen goed antwoord op, maar zei dat het mooi was dat mensen probeerden om samen iets los te maken waarvan ze vonden dat het in de knoop zat. In essentie bedoelen ze het goed, bedacht ik, zoals elk menselijk instinct goedbedoeld zou moeten zijn. Tenminste: als je ervan uitgaat dat de mens in essentie goed is.
Zijn we dat? Ik vroeg het Ben. Hij dronk net zijn biertje leeg.
‘We zijn overduidelijk het dominante ras’, zei hij. ‘En we hebben het geweldig gedaan, met alle ontwikkelingen die we hebben doorgemaakt.’ En toen, terwijl hij om zich heen keek: ‘Er zijn miljoenen kroegen over de hele wereld, en dat is omdat we het zo goed met elkaar kunnen vinden’.
Ik hoopte dat hij daar zijn column over zou schrijven, of het in elk geval zou onthouden.
























.png&w=256&q=75)











