GESCHREVEN DOOR
Frederik Willem Daem (NL)
VERTAALD DOOR
Jenny Watson (GB)

Sonja Pudelko (DE)
frederik - blog 3
14 November 2015
Nog meer van hetzelfde gemeander in twee hoofdstukken.
(1) In tijden van tragedie vinden mensen elkaar terug, zalven ze open wonden en vergeven ze voorgaande zonden. Zo was het bij mijn vader en zo hoop ik dat het, gezien een onvoltooid recent verleden, ook ooit bij mij mag zijn. ...
Gisterennamiddag (13/11) besliste ik dat mijn stuk op deze wijze zou openen. Het was een inleiding die volgde op een bericht van mijn broer en zei dat “ze” ingebroken hadden in het huis van mijn moeder. Het huis waarin ik ben opgegroeid en waar mijn jongste broer op dat moment wakker werd geblaft door een hond die de inbrekers in het toilet probeerden op te sluiten. Zijn woorden: “tis een zigeunerbende da rondtrekt, gelukkig was ik ziek en thuis om ze weg te jagen”. Naast een gevoel van veilig- of geborgenheid gingen ze ook aan de haal met wat juwelen. Dat durfde ik dan tragisch te noemen. Bitter...
Want ondertussen staat een stad in brand of zo berichten de kranten. Ze hebben het over een slachting. Over hoe onze wereld nooit meer dezelfde wereld zal zijn. Opiniemakers gebruiken de gebeurtenis om samenhorigheid of verdeeldheid te zaaien. Mensen schrijven steunbetuigingen, Parijse vrienden delen mee dat ze veilig zijn, muren worden opgetrokken. Eén iemand tweet tot mensen die de “vluchtelingen” beschuldigen van de aanslag, zegt: “zien jullie niet in dat de daders net de mensen zijn van wie die vluchtelingen vluchten.” Alles krijgt een duim omhoog. In de lichtstad komen mensen samen om zich op te warmen aan elkaar en aan het nog smeulende vuur. De rook neemt de gedaante aan van woede, bezorgdheid, onbegrip, voortgang. We kunnen niet verder, we moeten verder!
Veertien uur vroeger: het is iets na elven en ik heb net meer dan een uur languit gelegen op een met tapijt beklede vloer. Een Britse singer-songwriter, wiens voor- en achternaam met hetzelfde initiaal begint, zong o.a. een nummer over een eenzame man wiens koninkrijk deze aarde toebehoort. Het klinkt allemaal herkenbaar en ik beslis dat het welletjes is geweest met de melancholie, dat dit alvast een goeie avond was.
Met een simpele ziel die de woorden “Mijn eerste vrouw noemde me poedel, als ik aan haar denk worden mijn ogen troebel” sprak en een zaal ontroerde. Met Kevin Barry die me leert dat het schrijven van korte verhalen vergelijkbaar is met koorddansen. Elke zin, een stap op de kabel. Bij de minste misstap ziet de situatie er voor de schrijver, zowel als voor de lezer, vergeefs uit. Ik: Philippe Petit.
Waar tussen twee schouwburgen in geladen en gelost wordt, rook ik hoogmoedig. Naast me ijsbeert een Amerikaan van mijn leeftijd. Daarnet stond hij op het podium met iets wat het internet indie folk noemt. Hij is bezorgd om een bevriende muziekgroep die samen met toeschouwers gegijzeld worden in een concertzaal met Chinese architectuur. De daders dragen bomgordels en Kalasjnikovs. Het aantal doden stijgt exponentieel, verdubbelt tot het drie cijfers bereikt. Ik kijk rond me en zie mannen, vrouwen, oud en jong en hier is daar en daar is hier. Een aanslag op sport, op uiteten, op kletsen, op kunst. Op camaraderie en zorgeloos escapisme.
Net als iedereen van ons wilden deze mensen het einde van de week vieren, maar velen van hen haalden zelfs het weekend niet. Het zal de bloedigste aanslag in tien jaar worden, hoor ik en ik voel me dom omdat ik me niet eens herinner wat er toen gebeurd is. Wij drinken allemaal verder en op het podium staat nog een dichter, vervolgens een schrijver met eenzelfde smaak voor Scorsese, Kerouac en Presley. Daarna dans ik alsof niets me parten speelt en probeer ik het onderscheid te maken tussen vrienden, kennissen en collega’s.
Op een hotelkamer klinkt Drake en deelt een sociaal medium mee dat tien vrienden in Parijs ongedeerd zijn. Van twee mensen heb ik nog nooit gehoord.

























.png&w=256&q=75)











