GESCHREVEN DOOR

Jeske van der Velden (NL)
blog 1 - jeske > Rowan
24 October 2016
Het is al laat – de hotelwekker geeft 3:29 aan. Mijn lichaam is in rep en roer door het reizen. Ik ben wakker, mijn ogen prikken en een doffe pijn kronkelt langs mijn onderrug. Er is me ooit verteld dat het heksenuur tussen drie en vier uur ’s nachts ligt. Kennelijk is dit dus het moment waarop geesten, heksen en alle vormen van toverij op hun sterkst zijn.
Het brede raam van de hotelkamer is geluiddicht en ik hoor geen geheister van heksen op hun bezems, niet eens het lied van een autoalarm. Het is muisstil.
Ik loop de toverijen na waarvan ik iets afweet. In Japan wordt beweerd dat geesten niet zigzaggend kunnen lopen. In Schotland wordt beweerd dat heksen geen water kunnen oversteken of huizen binnengaan met een lijsterbes ervoor. Ik was ooit van plan een lijsterbes te planten in mijn tuintje, maar daarvoor ben ik tegenwoordig niet vaak genoeg thuis. Maakt het wat uit als er een heks langskomt wanneer je niet thuis bent?
In veel landen hebben reizigers een talisman bij zich. Van huis weggaan is beangstigend. Dit schrijf ik terwijl ik in het middenwesten van Canada ben. Ik heb mijn geluksarmband om. Hij brengt geluk omdat hij rood is en geleend van mijn moeder en daarom de belofte van thuis in zich draagt. Is zijn toverkracht in dit stille uur groter? Ik draai de armband om mijn pols.
Over minder dan een maand zal ik aan een andere reis beginnen, dit keer naar Amsterdam en naar het Crossing Border festival in Den Haag. Ik heb nog geen idee wat voor talismans ik daar nodig zal hebben. Maar ik roep mijn al te angstige zelf tot de orde. Wat reizen betreft ben ik een geluksvogel. Iemand anders heeft mijn reis al uitgestippeld en ingepland. Er zullen schone hotellakens klaarliggen.
De wekker verspringt naar 3:41. Als kind was ik ook al een geluksvogel. “Tel je zegeningen” hoor je hier om de haverklap, alsof het kinderen op schoolreis zijn en je er onderweg weleens één zou kunnen kwijtraken. Ik was een grote geluksvogel. Alleen kon ik niet slapen. Ik lag dan in mijn zachte, veilige bed en vroeg me af wie er op datzelfde moment niet sliep. Ik dacht aan alle mensen die door het zonlicht werden beroerd en hoe ze hun levens leidden terwijl ik lag te luisteren naar het getik van winterse boomtakken. Dan vroeg ik me af of ik ooit weer zou kunnen slapen. Later, toen ik ouder was en studeerde, maakte ik vrienden met wie ik samen wakker bleef. We strekten ons uit op de gang, voelden koude tegels tegen onze nek en somden alle redenen op om niet te slapen. Nog weer later vond ik een slaap die me in warme armen sloot. Tegenwoordig droom ik moeiteloos en vroeg.
Alleen wanneer ik naar het buitenland ga reis ik nog weleens terug naar het heksenuur. Naar de lange stille nachten en de minuten die iets mee lijken te sleuren wanneer ze door me heen tikken.
Dit heksenuur zal weer voorbijgaan, maar het is natuurlijk altijd ergens spooktijd. Voel je hoe het donker met zijn vingers langs je ramen strijkt?
























.png&w=256&q=75)











