Back to programme

Theo Loevendie

Theo Loevendie werd als kleuter twee keer als vermist opgegeven omdat hij de uitdrukking ‘met de muziek mee’ wel heel letterlijk nam en achter de fanfare was aangelopen. Muziek was van kinds af aan zijn grootste inspiratie. Thuis kende hij geen andere muziek dan wat volkse smartlappen, maar via zijn leraar op de basisschool leerde hij ook andere muziek kennen. ‘Op school zat ik de hele dag met instrumenten te experimenteren, mijn onderwijzer zei: ‘Dat noemen ze componeren, en degene die dat het beste kon, was J.S. Bach!” Door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog duurde het tot 1947 tot hij zelf een instrument oppakte. Loevendie ging naar het conservatorium en werd hoofdleraar compositie op meerdere conservatoria. Als componist reisde hij jarenlang de wereld rond om uitvoeringen van zijn muziek toe te lichten en masterclasses te geven. Daarnaast blijft hij ook de jazzmuziek trouw die hij na de oorlog als tiener leerde kennen. Loevendie is naast componist ook een begenadigd verteller, zijn avontuurlijke leven heeft hij onlangs opgetekend in Memoires van een componist.

Theo Loevendie woont in Amsterdam en is op dit moment druk met het componeren van nieuwe stukken. Hij kreeg in de loop van zijn leven verschillende prijzen voor zijn oeuvre, waaronder de Wessel Ilckenprijs (de voorganger van de vpro/Boy Edgar Prijs), de Matthijs Vermeulenprijs en de Amerikaanse Koussevitzky Award. Ook won hij twee keer een Edison.

(…) omdat mijn levensverhaal aantoont dat je, ook als je alles tegenhebt, iets geweldigs kunt maken van je leven. Ik kom uit de Amsterdamse Kinkerbuurt, een arme en bekrompen volksbuurt. Zo’n jeugd brandmerkt je. Ik praatte plat en in mijn ondergoed zat het stempel van de steun. Mijn vader was alcoholist. Toen ik drie was, zijn mijn ouders gescheiden. Mijn moeder hertrouwde een marktkoopman, die alles wat ik deed stelselmatig afwees. (…) Over de familie van mijn echte vader werden verhalen verteld. Dat waren artiesten, ‘zigeuners’ die leefden op vloeren zonder kleed, andijvie aten zonder saus en een aap hadden die in je hoed sprong. Mijn broer en ik droomden daarvan. Maar het had me een hoop ellende gescheeld als ik dáár was opgegroeid, waar muziek in de bloedlijn zat. Ik kijk niet bitter terug op mijn jeugd hoor, ik ben meer een inclusiefdenker: alles krijgt zijn plek.

">