Crossing Border The Hague
 

Om deze website te bekijken heeft u de nieuwste versie van de Adobe Flash Player nodig
U kunt de Flash Player hier downloaden.

The Chronicles

2009
Column 4 (door Hitomi Kanehara)
22-11-2009

Mijn dochter, die de gewoonte heeft om ‘s avonds om zes uur te gaan slapen en midden in de nacht om drie uur wakker te worden, leek te voelen dat ik van plan was weg te gaan, want nu viel ze maar niet in slaap. Uiteindelijk heb ik haar, schreeuwend en huilend, aan mijn man toevertrouwd en ging ik rond negen uur naar het festivalgebouw. De wind was prettig en ik besloot van het hotel naar het gebouw te lopen. Onderweg stuurde ik met mijn mobieltje een e-mail naar mijn redacteur in Tokio. Ik had werk uit Japan meegesleept, maar door de dagelijkse deadline voor de Chronicles-columns was daar niets van terechtgekomen.

Wat je bijna niet vindt bij buitenlandse boeken, maar wel bij Japanse boeken is een ‘obi’, die om het boek heen zit. Een obi bedekt ongeveer het onderste kwart van een boek en bevat een blikvanger, een citaat of een verwijzing naar de roman. In principe besluit de redacteur over de tekst op een obi, maar deze keer moest ik om verschillende redenen zelf nadenken over de tekst voor de obi van mijn volgende boek. Al lopend typte ik op mijn mobiel de tekst voor de obi, die al een paar dagen over de deadline was, en af en toe dreigde ik te struikelen over de stenen bestrating.

Verder was de deadline voor de titel van een serie romans waar ik vanaf volgende maand aan zal beginnen inmiddels ook al gepasseerd. Ik bedenk de titel altijd pas nadat ik klaar ben met het schrijven van een roman, waardoor ik me dus iedere keer tot het allerlaatste moment druk maak. Ook deze keer was er nog geen goede titel in me opgekomen, ondanks dat de eerste versie al af was. Om de titel op tijd in te leveren, vóór dinsdagmorgen, moest ik hem uiterlijk op maandagavond Japanse tijd versturen. Koortsachtig vroeg ik me af wat ik moest doen, maar er kwam geen goed idee in me op en hoe ongeduldiger ik werd, hoe meer mijn gedachten vastliepen.  

Toen ik aankwam bij het gebouw, was mijn hoofd weer helder geworden. Nadat ik met een aantal mensen had gepraat, van wie ik sommige wel en andere niet kende, liep ik een paar van de zalen binnen. Als eerste keek ik naar de dingen die ik in Japan niet zou kunnen zien en toen ik die dingen eenmaal goed in me had opgenomen, dwaalde ik wat rond.  

Ooit is mij het volgende verhaal verteld. Als Japanners op reis gaan en geen foto’s nemen van toeristische attracties denken ze dat ze niet kunnen bewijzen dat ze er zijn geweest. Ze laten zich fotograferen met alle beroemde plaatsen die in de gidsen genoemd worden op de achtergrond, waardoor ze tevreden terug naar huis gaan. Zo wordt reizen voor Japanners werk en beleven ze uiteindelijk helemaal geen plezier tijdens hun gereis. Zo’n soort verhaal was het. Misschien ben ik een beetje geobsedeerd door dit verhaal omdat ik zelf vaak doelloos ronddwaal.  

Tegen de tijd dat mijn benen eindelijk ophielden met lopen was het al elf uur geweest. Het was een groot gebouw. Ik was net op tijd voor de start van een band die op het podium meteen intens begon te zingen. Terwijl ik vanaf het eerste balkon stond te kijken, voelde ik me behoorlijk teleurgesteld: de muziek deed me weinig. Bij het tweede nummer vond ik er nog steeds niet veel aan en keek ik rond om te zien waar de uitgang was. Bij het derde nummer dacht ik dat de muziek misschien toch wel aardig was. Toen het vierde nummer begon, nam ik me voor om bij thuiskomst de CD van deze mensen te kopen. Daarna begon het vijfde nummer en terwijl ik luisterde naar het gelijkmatige stijgen van de melodie, kwam er vanuit mijn binnenste een gevoel van sereniteit over me heen. Langzaam maar zeker leek mijn lichaam zich te ontspannen, maar tegelijkertijd leek ik ook te verstijven; dit soort gevoelens gingen door me heen toen de gedachte in me opkwam dat ik wéér door muziek werd gered.  

Vier jaar geleden heeft muziek me al eens gered. Ik kon toen niet ontsnappen aan een gevoel van isolatie en wantrouwen tegenover de wereld, ondanks medicijnen,  psychiaterbezoeken, veel gehuil en veel troostende woorden. Maar zodra ik een bepaalde CD hoorde, was het alsof ik in één keer alles los kon laten en dan kalmeerde ik. Ik heb veel naar die CD geluisterd en bovendien alle CD’s van de betreffende band verzameld; al snel was ik helemaal bevrijd.  

Nu werd ik opnieuw gered, terwijl ik in een ander land was en voor het eerst naar nummers van mij onbekende bands luisterde. Zonder echt te beseffen dat ik door iets, nee door iemand, was gebonden, werd ik bevrijd, gered. Bezeten door mijn werk en de zorg voor mijn dochter; rondlopend op een festival waar ik niets van wilde missen, wist ik zelf niet meer wat het was dat ik wilde doen.

 

Alle vertalingen van Julienne Weijden:
Column 4 (door Hitomi Kanehara)
22-11-2009

Mijn dochter, die de gewoonte heeft om ‘s avonds om zes uur te gaan slapen en midden in de nacht om drie uur wakker te worden, leek te voelen dat...  Meer

Column 3 (door Hitomi Kanehara)
21-11-2009

In Japan schrijf ik niet tot ik besluit dat ik wil schrijven. Ik denk na over wat ik wil schrijven, over wat ik kan schrijven, over wat ik zou moeten...  Meer

Column 2 (door Hitomi Kanehara)
20-11-2009

Na een periode van een paar dagen is er stilte. Als het te stil is, lijkt het alsof mijn oren vreemd aan gaan voelen. Maar ik denk dat over een...  Meer

Column 1 (door Hitomi Kanehara)
17-11-2009

Er zijn meerdere vormen van de eerste persoon in het Japans. Vrouwen gebruiken meestal ‘watashi' terwijl mannen drie vormen kunnen gebruiken: ‘boku', ‘ore' en ‘watashi'. Wanneer je met je meerderen...  Meer

Julienne is afgestudeerd in Oriëntaalse talen en Communicatie in Maastricht, echter een deel van deze studie heeft ze in Kyoto voltooid. Als ze niet aan het werk is voor Japanse autofabrikanten verfijnt ze haar kennis van de Japanse taal.

Julienne vertaalt de columns van Hitomi Kanehara naar het Nederlands.

De auteurs
De vertalers